De laatste viking

Het tijdperk van de vikingen in Europa ving aan vanaf ruwweg 775 na Christus, toen de Noren met hun schepen neerdaalden op een verschrikt Europees continent dat tot dusverre niet meer dan een vage notie van het bestaan van Scandinavië had. Toen in 1066 de slag bij Stamford Bridge plaatvond hadden de vikingen zich duidelijk geïntroduceerd aan hun Europese broeders. De laatste ware viking, en een van de meest kleurrijke onder hen, was koning Harald Hardråde van Noorwegen.

vikingschepen

In hun heidense dagen praktiseerden de Noordse volken polygamie, wat een van de redenen was dat het door hun bewoonde gebied overbevolkt raakte, en hen ertoe dreef levensruimte in het zuiden te zoeken (ook in het oosten overigens :)).

In de negende eeuw was Harald "Schoonhaar" een lokale noorse heerser die van weinig betekenis was. Hij had de gebruikelijke schare van vrouwen, maar er was een uitzonderlijk mooie jonge vrouw genaamd Ingeborg die hij graag aan zijn schare wilde toevoegen. Maar Ingeborg wees hem af omdat ze zijn koninkrijk te klein vond. Zodoende bracht Harald de daaropvolgende jaren door met het veroveren van meer grondgebied, tot hij uiteindelijk heel Noorwegen onder zijn heerschappij had gebracht. Hij eiste zijn bruid op en verwekte bij haar genoeg nageslacht dat de daaropvolgende twee eeuwen heel Europa op stelten zou zetten.

Het verhaal van Harald Hardråde begint met een kleinzoon van Harald Schoonhaar, een zekere Olaf Tryggvason, die als christen gedoopt was als onderdeel van een verdrag met de Engelsen, die op hun beurt bijzonder veel te lijden hadden gehad onder een hele reeks plunderingen van de Noren. Olaf werd niet alleen erkend als de leider van de vikingen in Noord-Engeland, hij wist in zijn thuisland ook genoeg weerstand tegen de koning op te wekken om uiteindelijk zelf de vorst van Noorwegen te worden in het jaar 995.

Een gevolg hiervan was dat de Noorse troon nu in verband stond met tenminste half Engeland. Toen Harald Hardråde (de harde regent) uiteindelijk de troon besteeg leidde dit tot een van de laatste grote oorlogen tussen de vikingen en de Engelsen.

Harald was de halfbroer van koning Olaf de heilige, een koning van Noorwegen die uit zijn eigen land was verjaagd toen hij met harde hand de bevolking probeerde te bekeren tot het christendom. Olaf vluchtte naar nederzettingen van vikingen in Rusland, die zich in het zuiden tot aan Kiev uitstrekten. De gebieden waren allemaal al gekerstend, en Olaf wist een leger bijeen te brengen om zichzelf weer op de Noorse troon te kunnen krijgen. Olaf kwam terug in Noorwegen in 1030, met zijn vijftienjarige halfbroer Harald aan zijn zijde. Samen vochten zij fel tegen hun heidense landgenoten, maar zij delfden uiteindelijk toch het onderspit. Olaf werd gedood (en werd later door de kerk tot heilige verklaard, en is tot op de dag van vandaag beschermheilige van Noorwegen) en Harald raakte zwaargewond.

De jonge Harald vluchtte terug naar Rusland, waar hij een stop maakte in Kiev om zich aan te sluiten bij het leger van Koning Yaroslav, en in dat leger grote faam als militair verwierf. Daarna trok hij naar Contantinopel om zich daar aan te sluiten bij Varangian garde van de Byzantijnse keizer. Hij wist zich in de garde op te werken tot officier van zijn militaire eenheid. Een decennium lang vocht Harald voor het Byzantijnse rijk, waarmee hij niet alleen grote faam verwierf, maar ook grote rijkdom en ervaring als generaal. Harald zag een enorm groot deel van de toen bekende wereld door deel te nemen aan campagnes in Klein-Azië en door het hele mediterrane gebied, en hij leerde Grieks, Latijn, Bulgaars en Arabisch spreken en schrijven. Dit was een uitzonderlijke prestatie voor iemand uit die tijd, helemaal voor een barbaarse Noor.

In 1044 keerde hij terug naar Kiev en huwde daar de dochter van koning Yaroslav. En in 1047 was hij terug in Noorwegen om daar de troon voor zichzelf op te eisen. De combinatie van zijn adelijke bloedlijn en zijn verworven faam als militair bracht oppositie in Noorwegen tot zwijgen.

In de negentien jaren die volgde bleef Harald proberen om zijn landgenoten tot het christendom te bekeren, en verwierf daardoor de bijnaam "de harde regent". Al was hij zelf christen, Harald benadrukte contant het belang voor zijn volk om hun kracht te behouden. Hij zette zelf het voorbeeld door zijn kerstfeest altijd te houden op zijn schip in de open zee, waar hij at en sliep onder de blote hemel. En in de wateren van de Noordzee in december was dit -zelfs naar de maatstaven van de tijd- een zwaar afzien.

Haralds laatste grote onderneming vond plaats in 1066. Na de dood van de Angelsaksische koning Edward de belijder, maakte Harald aanspraak op de Engelse kroon op basis van een oude juridische fictie die betrekking had op de gedeelde soevereiniteit van Noorwegen en Noord-Engeland. Het was al een eeuw lang een juridische dode letter, maar Harald gebruikte het als een politiek excuus voor zijn veroveringsexpeditie. Maar er was nog een andere gegadigde voor de Engelse troon: William, de graaf van Normandië, die ironisch genoeg een afstammeling was van vikingen, net als Harald zelf.

Harald vormde eerst een alliantie met Graaf Tostig, de broer van de koning van Engeland die de troonopvolger was, Harald Godwinson. Harald zette koers richting Engeland en nam York in, waar hij een basis had voor verdere overvallen tegen Harold Godwinson. De Engelse Harold dwong zijn troepen tot een driedaagse mars, en voordat de Noorse Harald kon reageren hadden de Engelsen hem in de tang. De legers van de vikingen en van de Engelsen gingen de strijd aan bij Stamford Bridge, waar Harald in de strijd om het leven kwam. Hij kreeg de uitvaart van een ware viking, al vond deze plaats op land en niet op zee, en Harold Godwinson marcheerde weer zuidwaarts, zijn eigen dood tegemoet in de strijd tegen William de Veroveraar.

Harald Hardråde lijkt de laatste stuiptrekking te zijn geweest van de brute kracht van de vikingen. Na zijn dood leken de Noren en Zweden zich liever bezig te gaan houden met saai houtsnijwerk in plaats van veroveringen en plunderingen. De Denen bleven wat langer interessant, en brachten de middeleeuwen door met nog het een en ander aan brute slachtpartijen en veroveringsmissies, wat ongetwijfeld mede werd ingegeven door het feit dat zij zich op het continent zelf bevonden, met de Duitsers als buren. Een samenleving als die van de vikingen, waarin strijd centraal staat, heeft zeker zijn nadelen. Maar als we iets vande geschiedenis kunnen leren is het wel dat samenlevingen die vooral vreedzaam willen zijn, op termijn niet anders kunnen dan ten onder gaan. De nazaten van de vikingen die ooit vrees inboezemden zijn nu niet meer dan een stel flikkers die de ondergang van hun land en hun volk met juichen tegemoet zien.

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.