Relativisme: een probleem van onze tijd

Er is een manier van denken in de wereld die honderd jaar geleden zou zijn afgedaan als absurd, als het voortbrengsel van een zieke geest. Maar in de wereld van vandaag de dag is het een denken dat het politieke klimaat beheerst. Het wordt onder veel verschillende noemers gevat: relativisme, opinionisme, perspectivisme en intepretationisme. Het zijn allemaal termen voor hetzelfde verrotte idee, het idee dat er geen objectieve waarheid is die individuele en culturele perpectieven overstijgt. En dit verrotte idee vindt zijn weg in alle maatschappelijke aangelegenheden, van groot tot klein, en heeft het denken van filosofen en wetenschappers de afgelopen decennia verlamd. Van degenen die pleiten voor relativisme kunnen we van alles vinden, maar bedenk vooral: zij zijn succesvol. In academia wordt relativisme met zo’n finesse verwoord dat een weldenkend mens er door overtuigd kan worden, al wordt hij in de werkelijkheid dagelijks geconfronteerd met de onwaarheid ervan. Onderschat deze denkers niet.

In 1996 schreef professor Alan Sokal een artikel voor Social Text, een academische uitgave voor postmoderne culturele studies. Zijn artikel was bedoeld om het intellectuele niveau van deze uitgave te testen. Specifieker: hij wilde onderzoeken of een leidende Amerikaanse uitgave over culturele studies, waarvan de redactie bestaat uit eminente academici, een artikel zou publiceren dat vol met onzinnige uitspraken stond als het
(1) een beetje goed klonk, en
(2) het de ideologische vooronderstellingen van de redactie bevestigde.
Het artikel, getiteld “Transgressing the Boundaries: Towards a Transformative Hermeneutics of Quantum Gravity” werd gepubliceerd in de zomereditie van Social Text, een uitgave gewijd aan “Science Wars”. In het artikel werd geponeerd dat kwantumzwaartekracht een linguistische constructie is. Destijds maakte Social Text geen gebruik van peer review om de kwaliteit van ingezonden stukken te verifieren. Ook lieten zij na het artikel te laten beoordelen door een natuurkundige. Op de dag dat het artikel werd gepublieerd liet Sokal weten dat het artikel bedrog was, dat er niets in stond dat zinnig was. Dat het niet meer was dan een karikatuur van het linkse denken, doorspekt met nietszeggende referenties, grandioze citaten, groteske beeldspraak en vooral heel veel onzin, geplaats binnen een kader van kinderlijke noties over de wiskunde en de natuurkunde.

Dit bedrog van Sokal leek in ieder geval een goed resultaat te hebben. Er onstond een levendig debat over de intellectuele waarde van humanistische beschouwingen over exact-wetenschappelijke onderwerpen, de invloed van postmoderne filosofie op de sociale wetenschappen in het algemeen, en de vraag of Social Text wel voldoende grondig was geweest in het beoordelen vanartikelen die zij plaatsten. Sokal schreef later gezamenlijk met Jean Bricmont het boek “Fashionable Nonsense: Postmodern Intellectuals’ Abuse of Science”, dat in redelijk gedetailleerd uitlegt op welke manier epistemisch relativisme acedemia vandaag de dag in zijn greep houdt. Epistemisch relativisme is een manier van denken die relativisme en subjectivisme toepast op het feitelijk waarneembare en de (menselijke) rede. In factueel relativisme worden de feiten die gebruikt worden om de waarheid of onwaarheid van een propositie vast te stellen begrepen als zijnde relatief in verhouding tot het perspectief van hen die de propositie bewijzen of falcificeren. En deze voorgaande zin is waarschijnlijk meteen de beste manier om het denken van de linkse goedmensch te vatten.

Het bedrog van Sokal, dat door hemzelf duidelijk als zodanig benoemd wordt, maakt duidelijk dat de sociale wetenschappen de droom van Comte, om de sociale wetenschappen naar hetzelfde niveau van objectiviteit te tillen als de natuurwetenschappen, nog geenszins benaderen. De grondleggers van de sociologie en psychologie die in de late negentiende eeuw en de vroege twintigste eeuw hoopvol gestemd waren over hun wetenschappen zouden dit vervelend vinden, maar het zou hun niet helemaal verbazen. Zij wisten goed dat de sociale wetenschappen in zekere zin complexer zijn dan de exacte wetenschappen, juist omdat het zo ongelofelijk moeilijk is om in de sociale wetenschappen tot objectieve kennis te komen, en om tot theorievorming te komen aan de hand waarvan we accurate voorspellingen kunnen doen. Maar dit is altijd het streven van de Arische ziel geweest: waarheden blootleggen die zijn eigen perspectief overstijgen. Niet alleen om er zelf beter van te worden, niet alleen om een betere samenleving te creeeren, maar omdat het juist en eerbaar is om liefde voor de wijsheid te tonen.

Share

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.