Pentti Linkola is een radicale ecologist, of zo men wil, ecofascist, uit Finland. Hij heeft veelvuldig geschreven over zijn ideeën over ecologie, dierenbescherming, natuurbescherming en allerhande sociale problematiek, en in Finland is hij een bekend publiek figuur. Linkola is het grootste deel van zijn werkzame leven visser geweest, en heeft zijn hele leven dicht bij de natuur gestaan.

Linkola is uiterst kritisch op de rol van de mensheid op de huidige ecologische catastrofe waarin we ons bevinden. Hij stelt dat een snelle daling van de wereldwijde bevolking noodzakelijk is, dat internationale vrijhandel een halt moet worden toegeroepen, dat er een eind moet komen aan de grootschalige migratie en dat technologie streng gecontroleerd en beperkt moet worden. Deze standpunten maken dat hij door vriend en vijand vaak als ecofascist wordt betiteld. Een titel waar hij zich minder om bekommerd dan de treurige werkelijkheid van onze natuurlijke leefomgeving.

Pentti Linkola heeft enige internationale bekendheid verworven doordat de gebundelde uitgave van zijn essays “Voisiko elämä voittaa – ja millä ehdoilla” in het Engels is vertaald in de uitgave “Can life prevail?“. Deze verzameling essays is zeer lezenswaardig, en schets een helder en samenhangend beeld van moderne milieuproblematiek en mogelijke oplossingen.

Hieronder een eerste kennismaking met het schrijven van Pentti Linkola in de vorm van de Nederlandse vertaling van het korte essay: Aspecten van dierenbescherming. Een essay waar duidelijk wordt dat dierenbescherming er in het denken van Linkola wat anders uitziet dan bij veel andere radicale dierenbeschermingsorganisaties.

dierenbescherming van rendieren in finland

Aspecten van dierenbescherming

R. Halttunen heeft mij ervan beschuldigd met twee maten te meten, omdat ik tegen bontboederijen ben, terwijl ik tegelijkertijd lijden creëer voor dieren in mijn beroep als visser. Halttunen heeft volledig gelijk met betrekking tot het lijden: het wegkwijnen van de vissen in de netten en hun langzame dood zijn zeker pijnlijker dan de snelle slachting van de vos en de nerts.

Maar de vraag gaat niet over de dood: de vraag gaat over het leven. Terwijl de natuur en het hele dierenrijk worden bezield door een vurig verlangen om het leven en de vrijheid te behouden, is de natuur blind voor tijdelijk lijden. De spreeuw en merel doen er alles aan om de klauwen van de havik te ontwijken. Maar wanneer de havik er eindelijk in slaagt om zijn prooi te vangen, dan houdt hij de spreeuw in een stevige greep en geeft zeker niet om het humaan ‘afmaken’ van het dier; in plaats daarvan pikt de havik de beste stukjes vlees van de spreeuw, terwijl de nog levende spreeuw het uitschreeuwt. Het is zonder twijfel zo dat de laatste minuten (of uren of dagen) in het leven van een dier dat al vele jaren leeft van geen grote betekenis zijn.

Het verschil tussen de snoekbaars die ineen vissersnet beland en de nerts die zijn leven doorbrengt in een kooi, is net zo groot als dat tussen de nacht en de dag. Mijn vissen hebben vijf tot vijftien jaar het leven van vrije dieren geleefd wanneer een sterker roofdier, de visser, binnen dringt. Ik wordt ook getroost door de wetenschap dat 99,9% van de vissen uiteindelijk hetzij gedood worden door andere roofdieren dan de mens, hetzij sterven aan ziekten of ouderdom. Het leven van een vos of nerts die van geboorte tot dood (of liever gezegd bepaalde slachtingen) in een kooi leeft, is daarentegen huiveringwekkend vreselijk. En tocj geloof ik net zomin als Halttunen dat ze de hele tijd ‘lijden’: iemand die tot levenslang is veroordeeld, kan niet elke minuut ‘lijden’, maar hij zal wel apathisch en verdoofd worden. Het gaat dus om respect voor het leven van dieren (en mensen).

Een ander cruciaal verschil tussen de visserij en de pelsdierhouderij is dat het ene dier voedsel produceert, en het andere onnodige luxe. De kwellende dood van de vis in het net is zeker een pijnlijke zaak, maar het is ook onvermijdelijk. Vismethoden die de pijn van de dood verminderen (zoals sportvissen met haken) leveren slechts een magere vangst op, en uiteraard is de grootte van de vangst een essentiële factor voor de voeding van mensen.

Met betrekking tot de productie van voedsel neem ik een heel ander standpunt in dan dat van de meeste andere fanatieke dierenbeschermers, die zich verzetten tegen de jacht en het fokken van huisdieren. Volgen we hun opvattingen, dan zou menselijk leven op de helft van de aarde onmogelijk zijn. Zelfs in Finland kan, ten noorden van Jyväskylä, geen duurzame landbouw worden beoefend, behalve voor de teelt van gras en, via gras, de productie van zuivelproducten en vlees. Hoe kan een veganist overleven in Inari en Utsjoki? Als ik een dierenbeschermingsactivist zou tegenkomen die een slachthuis of een slagerswagen in brand steekt, dan zou ik hem bij zijn nekvel grijpen en hem bij de politie afleveren.

Een andere zaak is het feit dat drie tot vijf maanden per jaar buiten grazen verplicht zou moeten worden gesteld in de rundveehouderij en de varkenshouderij; en op soortgelijke wijze, dat batterijkippenhokken en te grote pluimveebedrijven absoluut verboden worden. Maar hier komen we bij de belangrijkste kwestie van alle: de prijs voor voeding. De krankzinnige uitverkoop van voedsel die tegenwoordig wordt gepromoot en de zinloze intensieve landbouw is een beleid van de dood. Voordat aan enige eisen kan worden voldaan, zouden de productieprijzen ten minste drie keer hoger worden gemaakt: alleen dan is het mogelijk om te voldoen aan de eisen van dierenbescherming, natuurbehoud en milieubehoud.

(Dit essay van Pentti Linkola verscheen voor het eerst in het Fins in 1999)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.