De Duitsers die wonnen

Kolonel Paul Emil von Lettow-Vorbeck (1870–1964) was uitzonderlijk onder militaire bevelhebbers tijdens de Eerste Wereldoorlog, aangezien hij voor de hele duur van de oorlog in dienst was, en nooit een slag verloren heeft.

Hij wordt vaak vergeleken met de beter bekende T.E. Lawrence (Lawrence of Arabia). Beiden waren meesters van guerilla taktieken, Lawrence in Arabië, Lettow-Vorbeck in Oost-Afrika.

Met een troepenmacht die nooit groter was dan 14.000 man, waarvan 3.000 Duitsers en 11.000 Askari, hield Lettow-Vorbeck zijn geallieerde tegenstanders constant druk bezig. Zijn tegenstanders waren voornamelijk Britse en Zuid-Afrikaanse troepen, die over een troepenmacht beschikten die het tienvoudige was van de zijne.

Lettow

Voor de grote oorlog had Lettow-Vorbeck dienst gedaan tijdens de Boxer rebellie en in Duits Zuidwest Afrika (het huidige Namibië) tijdens de Hottentot en Herero rebellie van 1904-1908, tijdens welke hij gewond raakte en naar Zuid-Afrika werd gestuurd om te revalideren. Zes maanden voordat de Eerste Wereldoorlog uitbrak kreeg Lettow-vorbeck, die tot dan toe Luitenant-Kolonel was geweest het bevel over de Duitse troepen in Oost-Afrika, waartoe ook 12 compagnies van Askari troepen behoorde.

Lettow-Vorbeck realiseerde zich al snel dat hij de Duitse campagne tegen de geallieerden in Oost-Afrika op zijn eigen voorwaarden moest voeren, en vooral zelf het initiatief moest nemen. In augustus van 1914 begon hij zijn oorlog door de Britse spoorwegen in Kenia aan te vallen. Drie maanden later landde er een grote gemengde troepenmacht van Britten en Indiers in de Tangabaai om Oost-Afrika over te nemen. Numeriek gezien was de Britse troepenmacht veruit superieur aan die van de Duisters. Voor elke Duitse soldaat waren er acht Britse. Maar meteen al liet Lettow-Vorbeck zien dat hij een geweldig tactisch inzicht had.

Als gevolg van de succesvolle geallieerde landing trok Lettow-Vorbeck zijn troepen een stuk terug. Het was niet een volledig terugtrekken, al leek het daar op, het was simpelweg een manoeuvre om de Britten te dwingen verder landinwaarts te trekken, waar ze een spervuur inliepen en grote verliezen leden, wat de Britten dwong zich terug te trekken naar de baai om hun positie te consolideren.

De daaropvolgende jaren lanceerde Lettow-Vorbeck verschillende overvallen in de Britse kolonies Kenia en Rhodesië, met als doel de forten en spoorwegen aldaar te vernietigen. Zijn Askari troepen, die op de Pruisische manier getraind waren kregen met elk succes meer ervaring en meer zelfvertrouwen. Jan Smuts (die zelf een vijand was van de Britten tijden de boerenoorlog van 1899-1902, maar nu in het Britse leger diende) kreeg in maart 1916 de taak om af te rekenen met Lettow-Vorbeck, en lanceeerde een aanval vanuit Zuid-Afrika met een troepenmacht van 45.000 man. Net zoals hij eerder met de Britten had gedaan, trok Lettow-Vorbeck zijn troepen terug om Smuts vervolgens te verwelkomen met een spervuur dat Smuts' troepen zware verliezen toebracht.

In 1917 legde de geallieerden Lettow-Vorbeck het vuur aan de schenen door aanvallen te lanceren op  uiteenlopende locaties als Kenia, Rhodesië, Congo en Mozambique, in de laatste twee landen werden zij vooruitgegaan door Belgische en Portugese troepen. Met een troepenmacht die te maken had met een tekort aan munitie en voedsel was Lettow-Vorbeck genoodzaakt zijn troepen te voeden met wat het land te bieden had. Een overval op een Portugese wapenopslag in de buurt van de grens van Mozambique loste een groot deel van het munitietekort op. Lettow-Vorbeck lanceerde nieuwe overvallen op forten in Rhodesië in 1918, waarbij  het ene na het andere fort in zijn handen viel. Hij was midden in het plannen van een nieuwe golf van aanvallen toen het nieuws hem bereikte -via een Britse gevangene- van de wapenstilstand van 11 november.

Verre van verslagen, met een troepenmacht van 3000 man tot zijn beschikking, besloot Lettow-Vorbeck niettemin zich over te geven aan de Britten op 25 November, te Mbaala in Zambia. Hij keerde terug naar Duitsland als een nationale held, en werd ook door zijn vijanden bewonderd als een moedige, taaie een eerbare militair.

Eenmaal in Duitsland sloot hij zich onmiddelijk aan bij het Freikorps, en stond aan het hoofd van een brigade die de Spartacistische troepen in Hamburg versloeg. In 1920 werd Lettow-Vorbeck verplicht zijn taken in het leger neer te leggen omdat hij de rechtse Kapp Putsch had gesteund.

Zijn herinneringen aan de oorlogstijd zijn gepubliceerd (in Engelse vertaling) als My Reminiscences of East Africa. Toen zijn voormalige opponent Smuts vernam dat Lettow-Vorbeck na de Tweede Wereldoorlog zijn dagen sleet in bittere armoede zorgde hij er samen met voormalige Zuid-Afrikaanse en Britse officiers voor dat hem een klein pensioen werd betaald tot aan zijn dood op 9 maart 1964.

Share

One Response

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.